De ontmanteling van de olie- en gas-infrastructuur zal de komende decennia toenemen. Veel olie- en gasvelden zullen uiteindelijk ophouden met de productie, aangezien ze aan het einde van hun economische levensduur zijn gekomen. In de toekomstige energiemix wordt een verminderde bijdrage van koolwaterstoffen verwacht. De ontmanteling van infrastructuur en het herstel van productie- en verwerkingslocaties maken deel uit van de normale bedrijfscyclus van exploratie en productie. Net als bij exploratie- en ontwikkelingsactiviteiten is de exploitatiemaatschappij verantwoordelijk voor de veilige, duurzame en milieuvriendelijke uitvoering van het werk.

Aan het uitvoeren van ontmanteling gaan meestal enkele jaren van zorgvuldige planning vooraf. Het omvat veel stappen waar verschillende belanghebbenden bij zijn betrokken. Een overzicht van het proces van ontmanteling wordt hier gegeven. De service-industrie levert vaak technische en logistieke diensten.

De feitelijke afsluiting van één boorput duurt doorgaans enkele weken, afhankelijk van de complexiteit van de operatie. De fysieke verwijdering van een offshoreplatform kan weken tot maanden duren, afhankelijk van de complexiteit en grootte van de installaties. Het herstellen van een terrein op het vaste land is een langer proces en duurt veelal enkele maanden. Funderingen, kabels en pijpleidingen worden, vóór herstel van de locatie tot zijn oorspronkelijke staat, verwijderd in overeenstemming met de wensen van de grondeigenaar.

De ontmantelingsactiviteiten zijn gebonden aan nationale en internationale wetgeving waaraan de exploitanten zich volledig houden. Voorafgaand aan de ontmanteling moet een werkplan ter goedkeuring aan de autoriteiten worden voorgelegd. De bevoegde instantie daartoe is het Staatstoezicht op de Mijnen.

Installaties

Er zijn internationale overeenkomsten gesloten met betrekking tot de verwijdering van offshore mijnbouwinstallaties. Het OSPAR-besluit 98/3 regelt de verwijdering van mijnbouwinstallaties na gebruik. De specifieke eisen zijn vastgelegd in het Mijnbouwbesluit (artikel 5.2.3). Voor installaties en locaties op het vaste land wordt het ontmantelingsproces gewoonlijk gereguleerd door particuliere overeenkomsten met de grondeigenaar of -eigenaren. Vóór de ontmanteling en verwijdering moet een werkplan ter goedkeuring worden voorgelegd.

Bij offshore platformen worden de delen boven de zee meestal door grote kraanvaartuig verwijderd. De draagconstructies (jackets) daaronder worden dan afzonderlijk van de zeebodem gehesen en samen met de bovenste delen getransporteerd, hetzij voor hergebruik elders, hetzij terug naar het vaste land voor ontmanteling en recycling.

Pijpleidingen

Na gebruik worden pijpleidingen in de Nederlandse Noordzee gereinigd en vervolgens gespoeld met zeewater, en op zodanige wijze begraven of beveiligd dat andere gebruikers van de zee niet worden benadeeld.

Op het vaste land wordt de ontmanteling van een pijpleiding na gebruik door middel van particuliere overeenkomsten met de landeigenaar of -eigenaren bepaald.

Putten

De vereiste maatregelen voor de ontmanteling van putten zijn vastgelegd in artikel 8.5 van de Mijnbouwregeling. Om putten permanent af te dichten, worden er meestal meerdere cementpluggen met een lengte van 100 meter op verschillende plaatsen in de put aangebracht. De put wordt net onder het oppervlak afgesloten en de stalen behuizingen worden enkele meters onder het maaiveld (of onder de zeebodem in het geval van offshoreputten) doorgesneden.